RechtIE Forum
Eerste inzageverzoek kan buitensporig zijn, maar schending van het inzagerecht kan wél tot AVG-schadevergoeding leiden
Het Hof oordeelt allereerst dat ook een eerste verzoek tot inzage in uitzonderlijke gevallen als “buitensporig” in de zin van art. 12 lid 5 AVG kan worden aangemerkt. Het repetitieve karakter van verzoeken is volgens het Hof slechts een aanwijzing, geen noodzakelijke voorwaarde. Omdat art. 12 lid 5 AVG een uitzondering vormt op het uitgangspunt dat de uitoefening van AVG-rechten kosteloos en gefaciliteerd moet zijn, moet die bepaling restrictief worden uitgelegd. Een verwerkingsverantwoordelijke kan dus slechts bij wijze van uitzondering weigeren om op een eerste verzoek in te gaan, en alleen wanneer hij, gelet op alle relevante omstandigheden van het geval, aantoont dat de betrokkene het verzoek formeel wel onder art. 15 AVG indient, maar materieel niet om kennis te nemen van de verwerking en de rechtmatigheid daarvan te controleren. Vereist is dat de verwerkingsverantwoordelijke opzettelijk misbruik aantoont, bijvoorbeeld omdat de betrokkene kunstmatig de voorwaarden creëert om een voordeel uit de AVG te verkrijgen, zoals een schadevergoedingsvordering. Daarbij mogen onder meer worden meegewogen: het feit dat de betrokkene de persoonsgegevens vrijwillig heeft verstrekt, het doel van die verstrekking, het tijdsverloop tussen verstrekking en inzageverzoek en het gedrag van de betrokkene. Ook openbaar toegankelijke informatie waaruit blijkt dat hij bij meerdere verwerkingsverantwoordelijken volgens een vergelijkbaar patroon inzageverzoeken en schadeclaims indient, mag in aanmerking worden genomen, mits die informatie door andere relevante gegevens wordt bevestigd. Het is echter steeds aan de verwerkingsverantwoordelijke om het buitensporige karakter van het verzoek te bewijzen.

Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.