GezondheidScientias
Nieuwe waarnemingen kunnen mysterieus ‘gat’ in onze exoplaneten-catalogus helpen verklaren
Eind januari was het dertig jaar geleden dat de eerste exoplaneten (planeten buiten ons zonnestelsel) zijn ontdekt. Sinds die ontdekking zijn er duizenden (kandidaat-)exoplaneten gevonden, in verschillende soorten en maten. De meeste ervan bevinden zich dicht bij hun ster (want daar kunnen we ze met de huidige detectiemethoden nu eenmaal het gemakkelijkst waarnemen). En als we dan inzoomen op de kleinste, rotsachtige exemplaren zien we al snel iets opvallends. Ze zijn doorgaans in twee groepen in te delen: de mini-Neptunussen (kleinere versies van ‘onze’ Neptunus: een grote rotsachtige kern met daaromheen een dikke deken van gassen) en superaardes. De superaardes zijn tot zo’n 1,75 keer zo groot als onze planeet, terwijl de mini-Neptunussen tussen de 2 en 4 keer groter zijn. En wat daarbij opvalt, is dat er tot op heden eigenlijk nauwelijks planeten zijn ontdekt die daar qua grootte tussen inzitten. Een mogelijke verklaring voor dat mysterieuze gat in onze exoplanetencatalogus was dat mini-Neptunussen gaandeweg tot superaardes transformeren. Maar bewijs daarvoor ontbrak. Tot nu. Want wetenschappers hebben twee mini-Neptunussen ontdekt die hun dikke atmosferen aan het kwijtraken zijn en dus lijken te veranderen in superaardes.

Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.