Direct naar de inhoud

vrijdag 30 oktober 2026

WetenschapAstroblogs

Nieuwe calibratie van afstanden m.b.v. Cepheïden houdt de Hubble spanning in stand

Gisteren had ik hier nieuws over de zogeheten S8-spanning, die gaat over de mate van klonterigheid van (donkere) materie in het heelal en waarover verschil bestaat tussen de waarden gemeten in het vroege en tegenwoordige (lokale) heelal. En nu is daar nieuws over een verwante discussie, die gaat over de snelheid waarmee het heelal uitdijt en die bekend staat als de Hubble spanning. Het draait daarbij om H0, de waarde van de Hubble constante op dit moment. Die constante werd eind jaren twintig door Edwin Hubble en Georges Lemaître bedacht en hij geeft aan hoe snel de ruimte van het heelal expandeert, weergegeven in km/s/Mpc (1 Mpc=3,26 miljoen lichtjaar). Er zijn grofweg twee manieren om H0 te bepalen, de ene baseert zich daarbij op verschillende methodes, die in het nabije, lokale heelal gebruikt kunnen worden, dat is de zogeheten kosmische afstandsladder, de andere baseert zich op methodes die kijken naar het ver verwijderde heelal, het heelal van kort na de oerknal. Bij de kosmische afstandsladder (zie afbeelding hieronder) hanteren ze bijvoorbeeld parallax, Cepheïden en type Ia supernovae om de snelheid van uitdijing te meten en die hebben een H0 van 73,0 ± 1,0 km/s/Mpc opgeleverd. Bij het vroege heelal gebruiken ze de kosmische microgolf-achtergrondstraling (CMB) en de zogeheten baryonische accoustische oscillaties (BAO’s) om de snelheid te meten en dat heeft 67,4 ± 0,5 km/s/Mpc opgeleverd. Da’s een verschil van 5,6 km/s/Mpc en die kan niet verklaard worden door instrumentele meetfouten – zie daar de Hubble spanning in een notendop.

Lees het volledige artikel bij Astroblogs

Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

Advertentie

Gerelateerd nieuws

Bekijk alles

Advertentie