TV & RadioSpreekbuis
Waver-Overijse: het Belgische zendstation waar VRT en RTBF samen de ether in gingen via korte- en middengolf
De beslissing om in Waver-Overijse een groot nationaal zendcentrum te bouwen werd genomen om de nationale radio-uitzendingen een veel groter bereik te geven. De technische plannen dateren uit de jaren veertig. In een officieel NIR-jaarverslag uit 1949 wordt de bestelling beschreven van twee middengolfzenders van 150 kW en één kortegolfzender van 100 kW. De opdracht voor deze apparatuur werd op 25 april 1949 geplaatst bij Brown Boveri. Daarnaast voorzag het ontwerp in twee kortegolfantennes en twee gordijnantennes. Het station kreeg daarmee voor zijn tijd een enorme technische capaciteit. De oorspronkelijke opzet bestond uit: twee middengolfzenders van 150 kW, twee bijbehorende middengolf-reservezenders van 20 kW, kortegolfzenders van 100 kW , richtantennes, gordijnantennes voor kortegolf, drie grote middengolfmasten, een eigen elektrische infrastructuur en dieselgeneratoren als noodvoorziening. Het elektriciteitsstation werd ontworpen voor een netspanning van 36 kV. Bij een netstoring konden dieselgeneratoren automatisch de noodzakelijke installaties van energie voorzien. De oorspronkelijke middengolfzenders waren dus geen willekeurige installaties. De zenderfilosofie was voor die tijd opvallend modern. In plaats van twee gekoppelde zenders te gebruiken die gezamenlijk het vermogen leverden, koos men uiteindelijk voor één volledige 150 kW-zender per frequentie met een afzonderlijke 20 kW-reservezender. Bij een storing kon de reservezender automatisch worden ingeschakeld. Dat principe was belangrijk voor een nationaal zendcentrum. Een storing mocht niet betekenen dat een compleet taalgebied zonder radio kwam te zitten. De historische technische beschrijving vermeldt expliciet dat de dieselgeneratoren en automatische omschakeling bedoeld waren om ook bij problemen met de elektrische voeding de uitzending zo veel mogelijk voort te zetten. In technische en historische beschrijvingen van het station worden de oorspronkelijke middengolfzenders aangeduid met de namen Daphné en Elza. Daphné was verbonden met de Franstalige nationale dienst, terwijl Elza voor de Nederlandstalige dienst werd gebruikt. De kortegolfzenders kregen eveneens namen: Oscar, Nestor en Kleine Nestor. Dat geeft een mooi beeld van hoe het zendstation was georganiseerd. Het waren geen losse zenders in een willekeurige technische ruimte, maar complete transmissieketens met een eigen functie, antennesysteem en reservevoorziening.
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

