SportHet Parool
De eerste keer dat ik de naam Brobbey hoorde was uit de mond van de zoon van Ruud Gullit
Over Álvarez zei Sneijdertje: “Wat hij doet zou ik ook nog kunnen,” daarmee mijn oordeel bevestigend dat oud-profs vaak worden beheerst door jaloerse verbittering in hun oordelen. Als je wilt weten hoe men over voetballers denkt, wend je tot de peergroup. De eerste keer dat ik bijvoorbeeld de naam Brobbey hoorde was uit de mond van de zoon van Ruud Gullit, die toen 15 was. Er klonk bewondering in door. Een jaar later of zo, het was nog pre-corona, stond ik langs de lijn bij Sparta O19-Ajax O19. Brobbey in de spits. Naast me stond een groepje jongens dat naar bleek in Feyenoord O19 zat. Ze streden met Ajax om de titel en kwamen hier de concurrent bekijken. Wouter Burger was hun woordvoerder. Kwam Brobbey aan de bal, zeiden ze niks. Zo eerden ze een gevreesde tegenstander: met stille blik.
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.