RechtNJB
HvJ EU verduidelijkt wanneer sprake is van een werkelijk gezinsleven in het kader van gezinshereniging
Een bloedverwantschap van de eerste graad in rechtstreekse opgaande lijn is op zich niet voldoende voor de vaststelling van het bestaan van een werkelijk gezinsleven in de situatie dat ouders gezinshereniging beogen met een vluchteling die meerderjarig is geworden voordat op het verzoek om gezinshereniging is beslist. Het feit dat betrokkenen voornemens zijn om elkaar incidenteel te bezoeken en regelmatig contact van welke aard dan ook met elkaar te hebben, kan voldoende zijn om een werkelijk gezinsleven tussen betrokkenen te kunnen vaststellen. Het is niet noodzakelijk dat de gezinshereniger en de betrokken ouder in één huishouden samenwonen of onder hetzelfde dak wonen. Dat is het antwoord van het HvJ EU op 1 augustus 2022 op vragen van een Duitse rechter.
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

