Bouw & vastgoedArchitectenweb
Nieuwe editie van Architectuurboek Vlaanderen wil meer zijn dan een overzicht van gebouwen
Binnenkort kan aan het grote vergelijken van de, inmiddels meerdere, jaarboeken over de bouwcultuur in de Lage Landen weer een nieuwe episode worden toegevoegd. Nadat eerder dit jaar al de nieuwe uitgave NL25 van uitgeverij Maas Lawrence, alsmede de 39ste editie van het Jaarboek Architectuur in Nederland van NAi010 uitgevers verschenen, volgt binnenkort op 12 november de Vlaamse equivalent: Architectuurboek Vlaanderen.Kritische verkenningNaast het vergelijken van de opzet, inhoud en keuzes van de verschillende redacties gaat het bij dit vergelijken natuurlijk ook altijd om de discussie over de stand van en visie op de architectuur in beide aangrenzende taalgebieden. Het Architectuurboek Vlaanderen richt zich immers specifiek en uitsluitend op architectuur uit Vlaanderen en Brussel. Een verder onderscheidt deze editie zich door de keuze van de redactie om zich niet te beperken tot alleen een overzicht van recente architectuurproductie, maar vooral ook een kritische verkenning van de bouwcultuur die daarachter schuilgaat te geven. Onder de titel 'Cultuur • Bouwen' wordt nadrukkelijk gekozen voor een bredere blik. Nu stond het Architectuurboek Vlaanderen al niet bepaald bekend als een 'plaatsjesboek' dat voltooide gebouwen als autonome objecten presenteerde. Al langer werd een combinatie en ook balans gezocht en vaak gevonden tussen een relatief beperkte selectie van gebouwen en een gedegen duiding daarvan en reflectie erop. Een aanpak die bij tijd en wijle zeker ook tot discussies binnen verschillende redacties van het Nederlandse Jaarboek (van NAi010) over een vergelijkbare aanpak en dus koerswijzigingen leidde.DebatruimteMet de nieuwe, zeventiende editie van het Vlaamse jaarboek wordt de koers van deze 'tweejaarlijkse staalkaart' dus wederom wat verlegd. Aan de hand van meer dan zestig geselecteerde projecten en achttien tekst- en beeldessays moet een over- en inzicht ontstaan van de recente architectuurproductie. Maar het gaat dus vooral ook om het weergeven van een kritische verkenning van de bouwcultuur die daarachter schuilgaat. De uitgever hanteert daarbij de gevleugelde omschrijving van 'een boek als debatruimte'. Waarmee benadrukt moet worden dat het boek en de redactie geen definitief oordeel wil vellen over de staat van de architectuur in Vlaanderen en Brussel, maar juist wil bijdrage aan een debat over de toekomst van de gebouwde omgeving.Complexe wisselwerkingArchitectuur, zo is de stellige overtuiging van de redactie, is 'het resultaat van complexe onderhandelingen tussen ontwerpers, opdrachtgevers, overheden, gebruikers, regelgeving, materialen, infrastructuren en maatschappelijke uitdagingen'. In de uitgave wordt onderzocht hoe die uiteenlopende krachten elkaar beïnvloeden en hoe in die spanningen hedendaagse bouwcultuur ontstaat."Architectuur ontstaat niet in afzondering. Elk project is het resultaat van een complexe wisselwerking tussen ontwerpers, opdrachtgevers, overheden, gebruikers, regelgeving en beschikbare middelen", aldus de redactie.De redactie laat daarmee zien dat ze op zoek is geweest naar hedendaagse (Vlaamse) architectuur in de bredere zin van het woord. Architectuur kan naar haar mening, onmogelijk los gezien worden van een historische, sociale, politieke en ecologische context waarin gebouwen tot stand komen en moeten functioneren.Culturele praktijk Met de keuze voor de titel 'Cultuur • Bouwen' wil de redactie dan ook verwijzen naar die wederkerigheid. Terecht stelt zij daarbij vast dat bouwen nooit louter een technische handeling kan zijn, maar altijd (onderdeel is van) een culturele praktijk. "Elk gebouw is ingebed in een netwerk van regelgeving, arbeid, economie, klimaat, erfgoed, infrastructuur en collectieve waarden", doceert de redactie. Om vervolgens te concluderen dat 'de gebouwde omgeving daardoor niet bestaat uit afzonderlijke objecten, maar uit een gelaagd geheel van verhalen, systemen en relaties.'Het is tegen deze stellige aanname dan ook niet verwonderlijk dat er gekozen is voor processen, samenwerkingen en contrasten als invalshoek. De redactie blijft daarmee weg van de hardnekkige aanname, bij willekeurig welk jaarboek over architectuur ook, dat het een selectie van de beste gebouwen van het voorbije jaar (of twee jaren) is. In plaats daarvan belooft het jaarboek een beter inzicht te geven op 'hoe architectuur vandaag wordt gemaakt, gebruikt, besproken en gewaardeerd'.Bouwcultuur als onderhandelingMet die aanscherpte, aangepaste en verbrede benadering van de architectuurproductie was de koek echter nog niet op. De redactie besloot om nog een andere rode draad toe te passen. Namelijk die van frictie of wrijving. Architectuur ontstaat, volgens de redacteurs, immers zelden in harmonie, maar eerder uit voortdurende onderhandelingen."Ontwerpers botsen op regelgeving, duurzaamheidsambities, economische realiteiten, maatschappelijke verwachtingen en op ruimtelijke beperkingen." Een stelling die ontegenzeggelijk gebaseerd is op (een deel van) de realiteit van ontwerpen en bouwen.Maar ook een die leidt tot een beeld van architectuur en gebouwen als getekend slachtoffer van die opgesomde beperkingen en regels. De redactie formuleert in dit licht gebouwen dan ook als 'zichtbare sporen van vaak onzichtbare processen'.DiscussieGedurende het selectieproces voor het boek beoordeelde de redactie 272 inzendingen en bezocht honderd projecten verspreid over Vlaanderen en Brussel. Zij biecht daarbij nu al op dat de consensus in dat proces eerder uitzondering was dan regel. Discussies over kwaliteit, maatschappelijke relevantie, erfgoed, duurzaamheid en gebruik vormden een essentieel onderdeel van het redactionele proces. Maar geheel in lijn met het thema 'frictie of wrijving' worden de meningsverschillen binnen de redactie niet geframed als een probleem. Het is immers een afspiegeling van de complexiteit van het onderwerp van het jaarboek. Ietwat lyrisch vult de redactie aan dat discussie 'een noodzakelijke voorwaarde [is] om de rijkdom en diversiteit van de hedendaagse architectuurcultuur zichtbaar te maken.'ClustersOm het begrip en de rode draad van fricties wat te kanaliseren heeft de redactie vijf thematische clusters bedacht die die telkens een bepaald spanningsveld binnen de hedendaagse bouwcultuur moeten blootleggen. Deze vijf 'productieve' fricties zijn: 'Beleid • Materie', 'Welvaart • Infrastructuur', 'Binnen • Buiten', 'Praktijk • Proces' en 'Architectuur • Kunsten'. Per cluster en dus hoofdstuk worden een aantal architectuurprojecten gepresenteerd in een beoogde dialoog met essays en fotografische bijdragen van auteurs, onderzoekers, ontwerpers en kunstenaars.Selectie projectenTot de geselecteerde en dus gethematiseerde projecten in het boek behoren het Usquare Feder van evr-architecten, BC architects & studies & materials en Callebaut Architecten in Brussel (deelgemeente Elsene), het Recypark Demets in Anderlecht van 51N4E, het Kinderpsychiatrisch Centrum in Pelt van De Gouden Liniaal Architecten, sociaal wonen Rustenhove in Ieper van platform architectuur en het ateliergebouw VTI in Oostende van NWLND Rogiers Vandeputte & Kris Broidioi. In dit laatste gebouw zal overigens ook de boekpresentatie op 12 november aanstaande plaatsvinden.Redactie en auteursEen reeks de auteurs, waaronder Paola Viganò, Kristiaan Borret, Stijn Oosterlynck, Juliane Greb, Heleen Verheyden, Dennis Pohl, Amber Vermaete en Hülya Ertas hebben tekstueel bijgedragen aan de zeventiende editie van het Vlaamse jaarboek. In hun bijdragen onderzoeken zij actuele vraagstukken, zoals de toekomst van schoolinfrastructuur, sociale voorzieningen, ruimtelijke rechtvaardigheid, zorgarchitectuur, de rol van architectuurbeleid en de maatschappelijke betekenis van architectuurtentoonstellingen.De redactie van de nieuwe editie van het Architectuurboek Vlaanderen bestaat uit Dennis Pohl, Aya Akbib, Anthony Engi-Meacock, Juliane Greb, Petrus Kemme, Stijn Oosterlynck en Paola Viganò.Meer informatie over de publicatie, die overigens in een Vlaamse en een Engelse editie verschijnt, en de boekpresentatie is te vinden op de website van het Vlaams Architectuurinstituut.

Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

