BinnenlandRaad van State
Uitspraak 202102197/1/R3 - Raad van State
Bij besluit van 10 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de bedrijfsactiviteiten op het perceel aan de [locatie 1] in Gytsjerk, afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Gytsjerk. Bij brief van 16 juli 2018 heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen de bedrijfsactiviteiten op het perceel van zijn buurman [partij] aan de [locatie 1] in Gytsjerk. [partij] exploiteert een eenmanszaak onder de handelsnaam "[appellant] grondverzet, handel en machineverhuur". [appellant] vermeldt in zijn handhavingsverzoek dat op het perceel handelsactiviteiten plaatsvinden, bestaande uit de verkoop van materiaal voor bestrating en zand. Ook wordt volgens hem groot materiaal, zoals (mini-) kranen, op de oprit gestald en worden er met grote regelmaat in de vroege ochtenduren machines vanaf het perceel op aanhangers geladen.

Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.