Direct naar de inhoud

donderdag 5 november 2026

BinnenlandFiscaal up to date

Studiekosten door buiten EU komende student te vroeg betaald: geen aftrek - Fiscaal up to date

X kwam uit een land buiten de EU en had zich in mei 2017 ingeschreven bij een universiteit in Nederland. Op 18 mei 2017 maakte hij € 26.500 per bank over aan de universiteit. Dit bedrag bestond uit € 15.000 collegegeld, € 1.000 introductiekosten en € 10.500 garantievergoeding vanwege de voorwaarden voor een visum. In augustus kwam X naar Nederland om aan de studie te beginnen en schreef hij zich in het BRP in Nederland in. X had in 2017 geen belastbare inkomsten in Nederland. In zijn aangifte IB 2017 trok hij € 12.670 (€ 15.000 collegegeld – € 2.080 studiebeurs – € 250 drempel) aan studiekosten af. De inspecteur schrapte de hele aftrek omdat X op het moment van het betalen van de studiekosten nog niet binnenlands belastingplichtig was. X ging in beroep, maar Rechtbank Noord-Nederland stelde hem in het ongelijk. De Rechtbank verwierp de stelling van X dat de daadwerkelijke betaling van het collegegeld niet had plaatsgevonden in mei 2017, maar in augustus 2017, op het moment dat hij al in Nederland was. Scholingsuitgaven kwamen volgens de Rechtbank voor aftrek in aanmerking op het tijdstip waarop zij waren betaald, verrekend, ter beschikking waren gesteld of rentedragend waren geworden. In geval van een betaling door middel van een bankoverschrijving was het tijdstip van betalen het moment waarop de bank het bedrag van de rekening van de belastingplichtige afschreef. De Rechtbank besliste dat X op 18 mei 2017 het collegegeld daadwerkelijk had betaald. Uit de aanmeldingsbrief van de universiteit volgde dat X € 26.500 moest betalen. Dit bedrag was na de overboeking niet ter beschikking van X gebleven. Dat de betaling een (vorm van een) depotstorting was, waaruit de universiteit de betaling van het collegegeld vervolgens had verrekend, vond de Rechtbank niet aannemelijk. X had volgens de Rechtbank het collegegeld dus op 18 mei 2017 betaald en had daarmee de scholingsuitgaven op dat moment gedaan. Op dat moment was hij niet binnenlands belastingplichtig voor de IB. De Rechtbank verwierp ook de stelling van X dat hij vanaf 16 mei 2017 als binnenlands belastingplichtige moest worden aangemerkt, omdat hij fiscaal inwoner van Nederland was vanaf het moment dat hij zich had aangemeld bij de universiteit. Het feit dat X in mei 2017 van plan was om in Nederland te gaan studeren betekende niet dat X, die in mei 2017 nog buiten de EU woonde en werkte, op dat moment (al) een duurzame betrekking van persoonlijke aard met Nederland had. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond.

Lees het volledige artikel bij Fiscaal up to date

Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

Advertentie

Gerelateerd nieuws

Bekijk alles

Advertentie