BinnenlandVierklank.nl
Op 't bankje
Als ik bij het bankje kom zit daar al een jongen van een jaar of tien en ik ga erbij zitten. Hij zegt niets en kijkt wat boos voor zich uit. Af en toe staat hij op en kijkt dan naar links en naar rechts om te zien of de auto waar hij waarschijnlijk op wacht er al aankomt. ‘Waar blijft die trut nou’, moppert hij als hij weer gaat zitten. Ik kijk hem verbaasd aan en ben benieuwd wie hij met die trut bedoelt. ‘Mijn moeder moest naar de tandarts en zou hier al een kwartier geleden zijn om mij me naar het huis van mijn vriendje te brengen. Die is jarig en we gaan naar de dierentuin in Amersfoort. Straks wachten ze misschien niet eens op me’, zegt hij stampvoetend. ‘Dat mens is altijd te laat.’ Ik twijfel of ik hem belerend zal toespreken, want je moeder een trut of mens noemen vind ik nogal wat. Ik zie er toch maar van af, want je moet maar afwachten hoe het uitpakt met dit ettertje. Ik kijk dus maar wat op mijn telefoon. Als de jongen een bekende auto aan ziet komen veert hij op. De wagen stopt bij het bankje en een jonge vrouw stapt uit. Ze gaat rustig op het bankje zitten. De jongen kijkt haar ongedurig aan. ‘Schiet nou eens op, we zijn al te laat. Dat is nou altijd bij jou’, foetert hij. De vrouw kijkt wat ongelukkig en zegt tegen mij dat ze net van de tandarts komt en dat de verdoving in haar mond nog niet is uitgewerkt. Ze heeft het idee heeft dat ze een beetje slist, maar mij valt het niet op. Tegen haar brutale zoontje zegt ze: ‘Ik heb de vader van Barend al gebeld en ze komen je hier afhalen, maar dat kon nog wel even duren. Barend’s vader moet eerst David nog ophalen. We moeten hier dus gewoon blijven wachten.’ Het humeur van de jongen wordt er niet beter op. Ik krijg gewoon een beetje medelijden met de vrouw, want één ding is wel duidelijk, zoon Stanley is de baas. ‘Hij was al op u aan het schelden voor u aankwam’, zeg ik tegen haar. Ik voel me een beetje een klikspaan, maar ik vind toch dat het gezegd moet worden. ‘Ik zal maar niet zeggen hoe hij u noemde, maar erg fraai was het niet.’ Het schijnt de vrouw niet zo te interesseren. ‘Ja hij heeft een kort lontje, er hoeft hem maar een kleinigheid dwars te zitten of hij ontploft.’ Hij kijkt haar verontwaardigd aan, zo van waar bemoei je je mee, maar hij is toch wat rustiger geworden. Het is hem inmiddels duidelijk geworden dat hij moet wachten op de vader van Barend en hij gaat zowaar rustig zitten. De moeder zegt ook maar niets meer. Ze kijkt wat versuft en wrijft af en toe over haar verdoofde wang. ‘Heb je het cadeautje voor Barend bij je’, vraagt Stanley. Ze haalt een mooi verpakt doosje uit haar tas. ‘Kijk, ik heb het spelletje dat je hem wilde geven gekocht.’ Eindelijk zie ik een glimlach op het gezicht van het duidelijk verwende knulletje komen. ‘Daar zal hij vast heel blij mee zijn, want hij denkt dat ik hem iets heel anders ga geven.’ De boosheid van net is nu helemaal verdwenen en hij bedankt zijn moeder zowaar met een kus die ze liefdevol in ontvangst neemt. Als even later het busje met de vader van Barend arriveert is hij een en al vrolijkheid en met een doei tegen zijn moeder stapt hij in.

Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

