BinnenlandVierklank.nl
Op 't bankje
Zonder wat te zeggen komt een jongetje bij me op het bankje zitten. Ik schat hem een jaar of acht, negen. Hij is zo klein dat hij nauwelijks met zijn voetjes bij de grond kan komen. Zijn benen bengelen daardoor wat nerveus onder het bankje. Voor zover ik dat onder zijn eigenwijze baseballpetje kan zien, ziet hij er boos en een beetje verdrietig uit. Hij friemelt wat met duim- en wijsvinger op zijn onderlip. ‘Wat kijk je verdrietig’, zeg ik het zielige hoopje mens aankijkend. Met een betraand gezicht, waarop steeds nieuwe traantjes tevoorschijn komen, kijkt hij me aan. Bijna stotterend zegt hij: ‘De jongens gaan een hut bouwen en ik mag niet meedoen.’ Ik vraag hem maar niet waarom. Kinderen kunnen soms heel hard voor elkaar zijn zonder daarvoor een speciale reden te hebben. ‘Dat komt allemaal door Wilco. Die is kwaad op mij omdat hij niet op mijn verjaardagsfeestje was uitgenodigd’, geeft hij als reden aan. ‘Nou heeft hij de andere jongens opgestookt om mij niet mee te laten doen en ik kan er niks aan doen, want mijn verjaardag was een verrassingspartijtje dat mijn moeder had geregeld. Ik wist er echt helemaal niks van, maar dat gelooft hij niet. Hij had van mij best mogen komen.’ Wat jammer, denk ik, dan wil zo’n moeder wat leuks voor haar kind doen en dan krijg je dit soort situaties. ‘En wat nu, zijn er geen andere vriendjes waar je mee kan spelen’, vraag ik. Hij schudt zijn hoofd en kijkt mistroostig voor zich uit. Terwijl ik zit te piekeren of ik niet iets voor hem kan bedenken, hoor ik opeens een geluidje van een telefoon. ‘Een appje’, zegt hij opgewonden. Waar hij het mobieltje zo gauw vandaan tovert zie ik niet, maar in mum van tijd zit hij zijn berichtje te lezen en zegt dan tegen mij: ‘Het is van Donny, een vriendje uit mijn groep op school. Hij vraagt of ik bij hem kom gamen. Nou dat vind ik leuker dan een hut bouwen.’ Heel snel tikt en verzendt hij een berichtje. Van het verdrietige jongetje is opeens niets meer te zien. Hij is veranderd in een heel vrolijk ventje. ‘Dan zal Wilco wel weer kwaad zijn omdat ik naar Donny ga, maar dat kan me niks schelen’, zegt hij met een blik van genoegdoening. Hij tikt nog een ander berichtje in en begint zowaar te fluiten van plezier. ‘Ik heb m’n moeder geappt dat ik naar Donny ga. Nu even wachten op antwoord.’ En ja hoor, dat komt al bijna meteen en hij leest snel wat er staat. ‘Gelukkig, ze vindt het goed, maar ik moet om zes uur thuis zijn. Hartstikke fijn, want Donny heeft een heleboel spelletjes.’ Over Wilco heeft hij het niet meer. Ik wil hem nog vragen hoe zijn verjaardagspartijtje is geweest maar daar is nu even geen tijd voor. Het jongetje springt van het bankje en gaat er huppelend vandoor, mij met een glimlach achterlatend. Ik vraag me wel af of kinderen het nu makkelijker of moeilijker hebben dan wij vroeger. Ze hebben in ieder geval andere mogelijkheden met hun computers en mobieltjes. Een hut bouwen deden we vroeger ook wel maar gemakkelijk met elkaar communiceren kon niet. Pesten is natuurlijk van alle tijden en spelletjes werden ook wel gedaan maar gamen is niet te vergelijken met Mens Erger Je Niet. Dat was vroeger ook wel leuk, maar er zijn nu in ieder geval alternatieven. Ik vraag me trouwens af waar ze die hut gaan bouwen en welke spullen ze gebruiken. Maar dat kan ik niet meer vragen.

Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.