BinnenlandVierklank.nl
Op ‘t bankje
Als ik na een halfuur wandelen bij het bankje kom ga ik ondanks de kou toch maar even zitten. Her en der staat al een verlichte kerstboom in de tuin, want als Sinterklaas weer is vertrokken moet er weer versierd worden. Dan komt er een jongen van een jaar of twaalf op me af. ‘Wilt u een lootje kopen’, vraagt hij. Hij draagt mooi geel winterjack met op de achterkant een kaaslogo en heeft een eigenwijs petje op. ‘Waar is het voor’, vraag ik want ik koop natuurlijk niet zomaar loten. ‘Voor de voetbalclub. We gaan in de kerstvakantie naar een zaalvoetbaltoernooi in België en daar is het voor. De hoofdprijs is een grote kaas.’ Meteen wordt duidelijk waarom er reclame voor een kaasboer op zijn jack staat. Dat zal de sponsor van de voetbalclub zijn die ook de kaas beschikbaar heeft gesteld. ‘Waar is het toernooi’, vraag ik belangstellend. ‘In Mechelen, in de zomervakantie hadden we daar ook een voetbaltoernooi waar ik bij was. Dat waren een paar hele leuke dagen en we hebben heel veel gelachen. In het begin verstond ik ze niet eens. We sliepen bij de vaders en moeders van de jongens en meisjes van de club. Ik sliep bij Patriek thuis en als je dan bij mensen in huis bent ben je zo aan de taal gewend.’ De jongen was steeds blijven staan maar nu hij een luisterend oor gevonden heeft besluit hij toch ook maar te gaan zitten en begint te vertellen. ‘Patriek z’n moeder zei dat we zelf onze kamer moesten kuisen en ik wist niet wat ze bedoelde. Kuisen zeggen ze in België tegen schoonmaken’, zegt hij in de veronderstelling dat ik het ook wel niet zou snappen. ‘Die jongens noemden ons kaasboeren, omdat we uit Holland kwamen en het ook nog op onze shirtjes stond. Maar wij noemden hun dan weer patatboeren, maar het was altijd leuk hoor. Met Pasen komen ze weer bij ons en dan komt Patriek bij ons slapen.’ De jongen heeft duidelijk nog binnenpretjes als hij aan de logeerpartij denkt. ‘Op welke plaats speel je in het elftal’, vraag ik als het even stil valt. ‘Ik ben spits en topscorer van de club’, zegt hij trots. ‘Memphis Depay is mijn grote voorbeeld maar nu vind ik Denzel Dumfries ook heel goed.’ Hij vertelt dat hij al veel doelpunten gemaakt heeft, maar dat er ook een paar door de scheidsrechter afgekeurd waren. Het is een gezellige prater en ik vraag me af of hij veel lootjes verkoopt als hij bij iedereen een heel verhaal gaat houden. Ik vraag dus maar of hij al veel lootjes verkocht heeft. ‘Ja hoor, ik heb al drie boekjes verkocht. De lootjes kosten een euro per stuk en de meeste mensen nemen er meteen vijf. Ik heb er ook al een paar keer tien tegelijk verkocht.’ Ik merk dat de jongen met zijn praatje mij meteen weet te beïnvloeden want ik voel me toch wat verplicht om meer dan een enkel lootje te kopen. ‘Geef me dan ook maar vijf lootjes’, zeg ik daarom spontaan want ik wil toch niet achterblijven. Zorgvuldig scheurt de jongen de lootjes uit het boekje en geeft ze met een glimlach aan mij. ‘Wanneer de trekking is staat erop en ik hoop dat u de kaas wint’, zegt hij en het lijkt er echt op dat hij het meent ook. Dan springt hij opeens op en gaat er vrolijk fluitend vandoor. Ik bedenk intussen wat ik met de grote kaas ga doen als ik die zou winnen, want hij is wel heel erg groot.
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.