BinnenlandVolkskrant
Ik was niet heel vreemd als kind. Er was wel één ding: ik moest knipperen. Iedere ochtend 124 keer
In bed is het gebeurd en wat het is valt moeilijk te verduidelijken, maar het begon ermee dat ik in mijn dagboek schreef voor mijn kleinkinderen. Ik schreef altijd in mijn dagboek voor mijn kleinkinderen. Grappig is dat. Ik schreef in mijn dagboek voor mijn kleinkinderen en die waren vaak Joods en erg klein. Dat was als geruststelling bedoeld voor de man van wie ik het kleinkind was, die ook Joods was en erg klein en een einde aan zijn leven had gemaakt omdat dat leven hem te veel angst aanjoeg. Zo formuleerde mijn moeder het. Werkelijk helder denkwerk ging hier natuurlijk niet aan vooraf, maar ik dacht dat het hem misschien goed zou doen om te weten dat we er een hele tijd later nog gewoon waren.
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

