Binnenlandflessenpostuitegmond.nl
Column Nico Knol; Een ‘Akkeloor’ in West Friesland….
Ik ga u iets vertellen over galerie de Kapberg in Egmond aan den Hoef. Niet over hoe bijzonder de galerie is, want als u er wel eens komt, dan weet u dat allang. Ik ga u ook niet vertellen dat het de oudste galerie van Nederland is, nog steeds gevestigd op de plek van de oprichting. Iemand sprak mij daar laatst op aan met de mededeling dat het Rijksmuseum toch echt ouder is. Grappig. Er is natuurlijk verschil tussen een museum en een galerie, maar het onderscheid is kennelijk dermate klein dat er verwarring over kan ontstaan. Hier komt ie: beiden tonen kunst, maar waar en museum het alleen maar laat zien, kun je het in een galerie ook nog kopen. Maar toch leuk dat er mensen zijn die bij de naam ‘galerie de Kapberg’ ook meteen aan het Rijksmuseum denken. Dat gaat in de doos met complimenten, de oudste doos met complimenten van Nederland. Maar daar ga ik het dus niet over hebben. Ik ga u vertellen hoe leuk het is om aan het inrichten van die tentoonstellingen mee te mogen werken. Acht keer per jaar, op de maandagochtend na de laatste dag van de vorige tentoonstelling, komen de nieuwe exposanten, meestal drie. Hun dozen en kisten, schilderijen, tekeningen, objecten en meer, worden strak ingepakt de galerie binnen gedragen. Hoewel ze van tevoren een selectiebezoek hebben gekregen van medewerkers van de Kapberg, is het toch altijd weer spannend wat er uit die verpakkingen komt. Na de koffie begint het feest. Het losscheuren van plakband, het knappen van bubbeltjesplastic. Het ene na het andere kunstwerk wordt ontkleed en volstrekt weerloos en naakt ergens in een hoek op de grond gezet. Als ze elkaars werk hebben bewonderd en alle verpakkingen uit de galerie zijn verwijderd, komt er voor de exposanten een lastig momentje: ze moeten dan weg. Ze mogen zich niet bemoeien met de inrichting. Dat doen we zelf. Dan moeten ze het vertrouwen ophoesten om hun ‘kindertjes’ achter te laten in de bekwame handen van wat wij noemen: de ‘hangouderen’. De pensionado’s die, geheel vrijwillig, en met veel plezier de kale muren weer gaan vol hangen met kunst. Ik ben één van hen. Eerst worden de werken verdeeld over de vier zalen die de galerie rijk is. Bijna altijd denken wij op dat moment dat het veel te veel is, maar vier zalen bevatten natuurlijk zestien muren, het lukt altijd het er allemaal in te krijgen. Dan komt het grote schuiven; dat doek past niet bij die ernaast, die muur dreigt te vol te worden, die te leeg. Achter dit schilderij zit geen ophangdraad, iemand gaat het fiksen. Die ene daar moet verder uit de hoek, enzovoort. Ondertussen is er iemand druk bezig de onvermijdelijke gaatjes van de vorige tentoonstelling in de muren dicht te smeren. De geur van nat gips verspreidt zich door de galerie. Iemand anders haalt boterhammen voor de lunch. Langzaam ontstaat er uit de chaos iets moois. Dan heeft er iemand een lumineus idee: het moet helemaal anders! Er komt een argument. Het argument is goed. We kijken elkaar lachend aan en beginnen welgemoed aan de verandering. We dóen het gewoon, het moet zo mooi mogelijk. Het gaat niet alleen om de kunst, maar ook om de ‘kunst’ van het inrichten. We gaan altijd door totdat iedereen tevreden is over het resultaat. Als alles hangt en staat gaan we de verlichting aanpassen, wordt alles genummerd en moet er vervolgens nog een looplijst worden gemaakt; bij elk nummer de verkoopprijs en de naam van de kunstenaar. Aan het eind van de middag, want dat wordt het vaak, zitten we moe maar voldaan aan de thee. Wij zijn altijd de eerste bezoekers van de nieuwe tentoonstelling. Voor kunstliefhebbers die wij uiteraard zijn is dat een voorrecht. Ik ga hier nu niet zeggen dat u maar eens moet komen kijken, dat moet u natuurlijk helemaal zelf weten. Ik zeg niets hoor. Alleen maar misschien…’dat de meeste bezoekers weer blij naar buiten gaan’. Dirk Blij
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.


