Binnenlandflessenpostuitegmond.nl
Column John de Waard: voetbalvedettes of woningen?
Ooit, in een dorp hier niet ver vandaan, leefde eens een gemeenschap in volmaakte harmonie. Of, misschien niet volmaakt, er waren altijd wel wat kleine strubbelingen, maar men gunde elkaar de ruimte. Er werden handen geschud en kussen gegeven bij het komen en bij het gaan. Men sprak met, en over elkaar en als er zich een klus aandiende werden er handen uit mouwen gestoken. In de kern van het dorp stond een charmant kapelletje uit de twaalfde eeuw naast een heuse kasteelruïne. Er was ook een oude boerderij waar men kon samenkomen en waar eens in de week de plaatselijke muzikanten van leer trokken op hun instrumenten ter vermaak van de overige dorpsbewoners. En iedereen was blij. Naast de boerderij stond een schuur waarin een oudere bewoner zijn verzameling wonderlijke curiositeiten aan een ieder liet zien die interesse toonde, en geloof me, dat waren er veel. Op een dag diende zich een probleem aan, de gemeentekas was leeg. Er was teveel geld aan Elders besteed, en dorp iets verderop. De mensen waren daar erg boos over, het was tenslotte hún geld, dat via de belastingen naar de gemeentekas was gestroomd, en Elders behoorde niet tot hun gebied. De gemeente dacht daar anders over, het geld was, naar hun zeggen, goed besteed, en nu de kas leeg was, moest er maar gewoon nieuw geld worden gemaakt. Eén van de ambtslieden kwam op het idee om de oude man met zijn, wat hij noemde, oude zooi, de toegang tot de gemeente te ontzeggen, en de schuur te gaan ombouwen tot geldfabriek. Op die manier kan Elders ook weer een tijdje voort. Een groepje dorpsbewoners besloot de oude man te hulp te schieten en ging vrijwillig in een kring om de schuur van de man staan om het ambtslid duidelijk te maken dat de geldfabriek dan ook maar naar Elders moest. En omdat het ambtslid niet zo heel dapper was, huurde hij een bureautje in om voor hem het vuile werk op te knappen. Het bureautje stelde voor om de bewoners te laten meedenken over hoe de geldfabriek er uit zou moeten zien én, als er dan voldoende geld was, aan Elders te besteden, hoefde de oude man misschien niet weg. Dan mocht hij achter de schuur onder een afdakje nog steeds zijn spullen laten zien. Het bureautje stelde een traject op om samen met de bewoners tot een oplossing te komen. De bewoners bedachten enthousiast allerlei alternatieven, en ondanks dat elk idee dat zij opperden goed was, werden zij stelselmatig door het ambtslid tegengewerkt. Tot de dag dat het ambtslid riep dat het allemaal veel te lang duurde en dat hij het niet meer vertrouwde. De ideeën van de bewoners waren niet de zijne en Elders had geld nodig. Nu ging hij dat zelf wel regelen. De geldfabriek kwam er. De bazen van Elders wentelen nu in zelfgenoegzaamheid, maar in het dorp zijn de bewoners niet meer heel erg blij, de harmonie is weg. In de plaatselijke kranten haalt het ambtslid er zijn schouders over op en zegt: och, niet alle sprookjes hoeven goed af te lopen. Ik heb mijn best gedaan, maar ja… Dirk Blij

Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

