Direct naar de inhoud

maandag 2 november 2026

AlgemeenNRC

Kinderen, oorlog en tomatensaus: Natalia Ginzburg schrijft over alles met scherpe pen

De stem die ten slotte de hare werd, is niet per se mannelijk of vrouwelijk, als dat al te definiëren is – het is vooral háár stem, origineel, eigenzinnig, zonder de ballast van ideeën over hoe het wel en niet zou moeten. In het in 1962 verschenen en nu voor het eerst (door Jan van der Haar) vertaalde De kleine deugden , waar ‘Mijn vak’ deel van uitmaakt, is de ‘mannelijke’ ironie getransformeerd tot een geamuseerde nuchterheid. Van de gemenigheid zit misschien nog een drupje in haar scherpe, vaak geestige karakteriseringen. Kinderen en tomatensaus hebben er een plek gekregen als de aardse, dagelijkse dingen waar een leven nu eenmaal uit is opgebouwd. Die verbindt ze met duistere, meer ongrijpbare processen die haar bestaan ook hebben bepaald: het fascisme, de oorlog, de dood van haar eerste echtgenoot. Ginzburg schrijft laconiek zonder afstandelijk of cynisch te worden, soms melancholisch maar nooit sentimenteel, in een stijl alsof ze op de hielen wordt gezeten. De verklaring daarvoor zoekt zij zelf in ‘Mijn vak’ (dat gaat over de ‘grauwe, miezerige mensen en dingen’ die haar verhalen aanvankelijk bevolkten, over de invloed van persoonlijk geluk en ongeluk op het schrijven, over de balans die ze ten slotte vond tussen fantasie en herinnering, tussen medeleven en liefdeloze belangstelling voor haar personages) bij de oudere broers van wie ze vroeger haar mond moest houden. ‘Daardoor was ik gewend geraakt om dingen altijd heel haastig, overijld te zeggen en met zo min mogelijk woorden, altijd met de angst dat de anderen onderling weer het woord namen en niet meer naar me luisterden.’

Lees het volledige artikel bij NRC

Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

Advertentie

Gerelateerd nieuws

Bekijk alles

Advertentie