AlgemeenNRC
Hypermoderne ‘Turandot’ is spectaculair, maar mist warmte en suspense
Het is maar wat je verwacht. Turandot is Puccini’s laatste opera, een breuk met wat hij voordien componeerde én onvoltooid. Je voelt de worsteling in de hypermoderne regie van Barrie Kosky. De exotische couleur locale – nog wel aanwezig in de vorige Amsterdamse Turandot uit 2002 – is er helemaal af. Het smelten van prinses Turandots hart door prins Calafs volhardende liefde: daarvan komt het nu eens helemaal niet. „Prinses Turandot bestaat niet”, waarschuwt het geestenkoor van haar reeds onthoofde minnaars. Die zin (afkomstig uit het libretto) vormt hier de sleutel tot het concept. Van Tamara Wilson (Turandot) krijgen we alleen haar krachtige sopraan te horen; ze blijft onzichtbaar: Turandot is geen echte vrouw, maar een projectie van mannelijk verlangen. Zo ontwijkt Kosky in één sprong drie ontbrandbare hoepels: Puccini’s oriëntalisme (‘cultuurkaping’), de misogynie die je in Turandot kunt lezen en het dilemma wat te doen met het onvoltooide einde, dat hier net zo open en onaf blijft als Puccini het naliet.
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2022/12/data94106077-1738e5.jpg)
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.


