AlgemeenNRC
Hoe houden we hoop in duistere tijden? Tien vrouwen in hun strijd tegen het kwaad
Sommige gebeurtenissen raken een vrouw tot in het diepst van haar ziel. Neem de Poolse filosofe Barbara Skarga, die tussen 1944 tot 1956 gevangen zat in verschillende goelagkampen en op een afgelegen kolchoz in het uiterste oosten van Siberië. In haar autobiografische aantekeningen, uitgegeven als Na de bevrijding (1985), schreef ze over de Russische hel waarin ze terechtkwam: over de honger, de vernederingen, de angst om verkracht te worden en, in een hoofdstuk over liefde in het kampleven, over een verdwaalde bastaardhond die op een dag verscheen in de steenfabriek waar ze werkte. Het dier werd de lieveling van alle vrouwen. „Uit de keuken kreeg hij de beste soep. Wanneer iemand een pakje ontving, werd hij er meteen bij geroepen en kreeg hij het verrukkelijkste hapje. De Oekraïense vrouwen noemden hem Rex, de Russische noemden hem Tsjoerik.” Het dier gaf een sprankje hoop, maar nadat de hond een bewaker had aangevallen, werd hij doodgeschoten door een bewaker. „Zelfs van een hond mochten we niet houden.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/26153158/260126BOE_2030170312_WEB_FI_Cover_Alicja-Gescinska.jpg)
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.