AlgemeenNRC
Hoe de wereld op het nippertje ontsnapte aan een atoomoorlog
Neem bijvoorbeeld de gebeurtenissen op zaterdag 27 oktober 1962. Alle aandacht is op dat moment gericht op Cuba. Sovjet-leider Chroesjtsjov en de Amerikaanse president Kennedy proberen allebei escalatie te voorkomen. En dan raakt de piloot van een Amerikaanse U-2-spionagevliegtuig tijdens een routinevlucht verdwaald boven de Noordpool. Hij vliegt 500 kilometer binnen het Sovjetluchtruim. De Sovjets, die bang zijn dat de spionagevlucht bedoeld is als voorbereiding op een atoomaanval, sturen jachtvliegtuigen de lucht in. Omdat de Amerikanen vrezen dat ze U-2 te pakken krijgen, laten ze twee F-102-gevechtsvliegtuigen opstijgen vanuit West-Alaska. Normaal gesproken zouden de Sovjet-MIG’s, die alleen een boordkanon hebben, geen partij zijn voor de met raketten bewapende Amerikaanse jagers. Maar omdat de Amerikaanse krijgsmacht in verhoogde staat van paraatheid is gebracht, zijn die raketten voorzien van kernkoppen. Als het tot een gevecht komt dan kunnen de Amerikaanse piloten zich alleen verdedigen met kernwapens. Op het Strategic Air Command, het Amerikaanse legeronderdeel dat de kernwapens beheert, ‘schijnt niemand te hebben overwogen dat het beter was geweest het verlies van een ongewapende U-2 te riskeren dan aan te sturen op een vuurgevecht tussen Sovjet-vliegtuigen en Amerikaanse vliegtuigen die met zulke wapens waren uitgerust’, schrijft Hastings. Het loopt met een sisser af. De Sovjet-jagers bereiken de U-2 niet.
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2022/12/data94378340-32d367.jpg)
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.