AlgemeenNRC
Gerard Reve ging van de ene God naar de andere, zo laat Piet Gerbrandy in zijn jubileumboekje zien
Op een herfstachtige donderdag in 1947, rond acht uur ’s avonds, kwam op een bovenverdieping van een huis aan een Amsterdamse gracht het slavistendispuut B.E.S.E.D.A. bijeen. De ene na de andere uitgehongerde jonge geleerde in de Russische taal en geschiedenis druppelde binnen, snakkend naar de groentesoep en de boterhammen met cervelaatworst die na afloop van de wekelijkse lezing zouden worden opgediend. Toen de spreker van die avond met zijn betoog wilde beginnen, ging de deur opnieuw open. Een verlate slavist, laten we hem B. noemen, stapte opgewonden de kamer binnen met nieuws: de jongere broer van hun dispuutsgenoot Karel had een romannetje geschreven. Het gezelschap barstte in lachen uit. Jaren later zou B., inmiddels hoogleraar Russische geschiedenis, zijn studenten bekennen dat geen van de aanwezigen die avond het gevoel had met een meesterwerk van doen te hebben. Ook wees hij hen erop dat het ‘romannetje’ in kwestie, De avonden geheten, begon als een verhaal van Ivan Toergenjev.
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/01/krielaars-michel-online-homepage.png)
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

