AlgemeenNRC
De twee moslims bij de moskee zijn net zo bezorgd als de dominee van de Dorpskerk
Nasir slaat zijn handen voor zijn gezicht en zegt dat hij niet weet welke woorden hij moet gebruiken om zijn afschuw uit te drukken. „Ik maak me grote, grote zorgen.” Hij staat met twee andere mannen te praten voor de moskee naast metrostation Kraaiennest in Amsterdam-Bijlmermeer, vrijdag na het middaggebed. Ze hebben hun gebedsmutsen nog op, hun baarden zijn lang en grijs. Ik vroeg hun wat ze van de plannen vinden van de vier partijen die een regering willen gaan vormen. Of nee, eerst vroeg ik of ze Nederlands spraken. Was het beleefdheid van me? Of gewoon een vooroordeel? „Ja, we spreken Nederlands”, zei Nasir. „We zijn Surinamers.” Hindostaanse Surinamers. Een van de mannen steekt zijn hand op en loopt weg: hij gaat boodschappen doen. Nasir en Ali blijven staan en beginnen over de muren die in Nederland worden opgetrokken, steeds hogere muren, wie kijkt er nog overheen? Wie kent de ander nog? Wie wíl de ander nog kennen?
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2021/08/koelewijn-jannetje-2021-03-1280-web.png)
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.


