AlgemeenNRC
De tuin als meersoortig toevluchtsoord
In de schemering komen de vleermuizen. Ze scheren laag over het gras, over de struiken, over de bomen naar de buren. De egel is onderweg van haar nest onder de takkenhoop naar de struiken bij de schutting. Soms zit er nog een houtduif in de vlier, bessen te eten. De padden die onder het schuurtje wonen, komen samen met de naaktslakken tevoorschijn. In de vlinderstruik slapen hommels, waar de vlinders slapen weet ik niet. Ik zit rond deze tijd vaak op groene bankje achter mijn huis om te kijken en te luisteren. De tuin is veel minder van mij dan van de andere wezens die hier wonen. Niet alleen van de dieren, ook van de planten – zoals de wilgen die zichzelf hier hebben geplant, de roze ooievaarsbekken die in het zonnige stuk woekeren, de esdoorn die als zaadje meeliftte uit mijn tuin in Amsterdam.
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2023/05/meijer-eva-032023-261280-homepage.png)
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

