AlgemeenNRC
De Sloveense schrijver Jancar laat het grote leed van de oorlog samensmelten met het kleine leed van de liefde
Het is lente, 1961. De kranten staan vol nieuws over de eerste bemande ruimtevlucht van de Sovjet-Unie. Maarschalk Tito, de Joegoslavische leider, wordt als een halfgod vereerd, vooral door hen die tijdens de Tweede Wereldoorlog als partizanen aan zijn zijde hebben gevochten en zich niet van dat heldhaftige verleden kunnen bevrijden. Regelmatig komen ze bijeen om hun herinneringen met drank te overgieten, maar ook om te schelden op hun stadsgenoten die vriendschappelijk met de Duitse bezetters omgingen. Dat laatste is niet zo vreemd, want de stad Maribor, waar de roman zich afspeelt, ligt bij de grens met Oostenrijk en telt behoorlijk wat etnische Duitsers van wie sommigen tijdens de oorlog de kant van de nazi’s hebben gekozen of door hen zijn ingelijfd.
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2023/05/data100050393-6d4038.jpg)
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.


