AlgemeenNRC
Dat ook wij van bloemen houden, maakt ons nog geen nazi’s
Vasili Grossman, de Joods-Oekraïense schrijver die als reporter het oprukkende Rode Leger volgde, schreef in november 1944 een opdoffer van een essay: ‘De hel van Treblinka’. Auschwitz was toen nog niet bevrijd. In wat restte van het op een na grootste nazivernietigingskamp sprak Grossman met overlevenden, daders en omstanders. Er viel hem een gruwelijk contrast op: de kampbeulen waren duidelijk ‘beesten’, ‘monsters’, maar tegelijk gedroegen ze zich soms net als gewone, banale mensen. Ze legden bloembedden aan, dronken elke ochtend een glas melk, speelden partijtjes voetbal. Ook Alain Resnais monteerde in zijn filmessay Nuit et Brouillard (1956) tussen beelden van lijkenhopen en uitgemergelde overlevenden de villa van een kampcommandant, waar gezellige schaakavondjes plaatsvonden. Het contrast choqueerde, want hoe kunnen ‘onmensen’ tegelijk op ons lijken?
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data111402099-b50a2d.jpg)
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

