AlgemeenNRC
Auto heeft het gewonnen van wagen
Naast een lijkwagen kent het Nederlands een trouwauto en een autocoureur kan beschikken over een wagenpark. We spreken van een boevenwagen, maar van een brandweerauto. Kinderen worden wagenziek, niet autoziek. Terreinwagens zijn populair, terreinauto’s nauwelijks. Autodieven bestaan helaas, van wagendieven heeft niemand nog gehoord. Auto en wagen lijken vrijwel synoniem, zodat een goed stilist zonder veel commentaar kan schrijven „dat hij zijn auto achter de wagen van de buurman geparkeerd heeft”. Toch is er verschil tussen beide woorden. Wie in het Bovenmoerdijkse zegt dat hij met de wagen is gekomen, kan van een grapjas de vraag verwachten of hij zijn paard al haver gevoerd heeft. Toch haalt geen enkele Nederlandstalige de wenkbrauwen op als hij leest over een vrachtwagenrijbewijs. Vrachtautorijbewijs klinkt raar. Woonwagen is gewoon Nederlands, woonauto is nog niet aangetroffen. Zit het verschil tussen auto en wagen in de lengte? Maar hoe zit het dat met sportwagen? Dat zijn toch meestal gestroomlijnde auto’s die betrekkelijk klein zijn.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data80333086-828cfd.jpg)
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.


