AlgemeenNRC
Als ik een slechte dag heb, weet ik dat pas wanneer ik de brokstukken overzie
Ik was thuis aan het werk. De deurbel ging. Ik deed open en zag een vrouw staan. Heur haar zat in een wrong op haar achterhoofd geplakt. Ze droeg lichtroze lippenstift en een plooirok. Ze leek precies een gepikeerde buurvrouw uit Flodder, een verbeelding van jaren-90-kak zoals alleen een echte niet-kakker voor zich ziet. Achter haar stond een puberjongen, grijsbleek, bedeesd, misschien zelfs een beetje beschaamd. Ze duwde me een folder in de hand en zei iets over een bijeenkomst. Het plaatje op de voorkant, van oorlogvoerende soldaten die omhoogkeken naar een man met een witte baard die op een paard de hemel uit kwam denderen, zei me genoeg. „Dit hoef ik niet”, zei ik beslist. En daarna, schril, mijn masker van gemoedelijkheid vergetend, wees ik naar het jongetje. „En moet hij niet naar school?” Het ventje kromp in elkaar van ellende. De vrouw zei kalm, terwijl ze het tuinpad af stiefelde, toe dat haar zoon al twee weken vakantie had. Ik sloeg de deur dicht en ging, hoog in de adem, aan de tafel zitten. Ik belde Willem en vertelde hem over die belachelijke vrouw. Hij antwoordde alsof hij in windkracht tien stond te mompelen, zoals wel vaker, omdat hij graag de hele dag door belt en uit Brabant komt. Ik vond dat opeens reuzenonchalant, ja, eigenlijk tegen het onverschillige aan.
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data100364137-5d6804.png)
Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.
