Direct naar de inhoud

vrijdag 30 oktober 2026

AlgemeenNRC

Als de dieren rechten hadden gehad, dan zou de bio-industrie niet bestaan

In Leven als een vogel schrijft de Belgische filosoof Vinciane Despret dat de mens besmet is met het idee ‘dat het milieu allereerst, bovenal en misschien wel uitsluitend een te exploiteren hulpbron is. De natuur als een goed idee dat we ons kunnen toe-eigen, dat we naar eigen believen kunnen gebruiken en misbruiken.’ En de Britse ornitholoog Stephen Moss betoogt in zijn verontrustende boek Tien vogels die de wereld veranderden feitelijk hetzelfde. Of het nu om vogels gaat of in bredere betekenis over dieren, dat doet er niet zoveel toe: ‘Wij mensen hebben altijd met vogels samengeleefd. We hebben ze gejaagd en getemd voor voedsel, brandstof en vuur. We hebben ze vergiftigd, vervolgd en vaak gedemoniseerd, maar ook opgehemeld in muziek, in poëzie en in beeldende kunst.’ Van het ‘ophemelen’ is in Moss’ boek betrekkelijk weinig terug te vinden, van het vervolgen des te meer. De mens heeft de dodo uitgeroeid, het ‘ultieme symbool van uitsterving’, de raaf bejaagd en vergiftigd, de kleine zilverreiger aan eind negentiende eeuw tot op de rand van algehele vernietiging gebracht doordat de zilveren veren en de vogels zelf dameshoeden moesten opsieren. Een modegril die de vogels nagenoeg fataal werd. De steeds schaarsere kolonies keizerspinguïns op Antartica dreigen te verdwijnen. De natuur en wijzelf leven op de rand van de afgrond, het is ‘één minuut voor twaalf’, aldus Moss. En: ‘Nooit is de noodzaak zo dringend geweest om ons te bezinnen op onze plek in de natuur.’

Lees het volledige artikel bij NRC

Je gaat naar de website van de uitgever. Hier tonen we alleen een korte intro.

Advertentie

Gerelateerd nieuws

Bekijk alles

Advertentie